In verblijfsgebieden wordt de berekende hoeveelheid licht die op de omgeving valt uitgedrukt in de horizontale verlichtingssterkte. Vóór 1980 waren de horizontale verlichtingssterkte en de gelijkmatigheid de enige twee indicator voor het kwantificeren van de kwaliteit van de openbare verlichting. Het te berekenen gebied daarvoor, is van erfgrens tot erfgrens en omvat dus trottoirs, parkeervakken en de rijbaan. De lengterichting van het berekeningsvlak ligt precies tussen twee opvolgende lichtmasten. Om de kwaliteit van de verlichting te bepalen wordt het gemiddelde verlichtingsniveau op dit vlak berekend en de gelijkmatigheid van de verlichting. Deze gelijkmatigheid wordt bepaald door de minimale waarde van het verlichtingsniveau te delen door de gemiddelde waarde ervan.

Door Nico de Kruijter

Het volledige artikel: pdfArtikel_gezichtsherkenning_dekruijter_31-03-2016.pdf110.48 KB